Slagman van een instituut

Piekerig helblond haar, 1.95 meter lang, 95 kilo zwaar, rode Adidasstrepen op de mouwen en een zwarte adelaar op de borst. Roland Baar was in zekere zin een personificatie van de ‘Deutschlandachter’, het vlaggenschip van de (West-)Duitse roeivloot. Baar zat tussen 1989 en 1996 acht eindtoernooien op rij op slag in de Duitse acht. Vijf keer werd hij wereldkampioen en slechts eenmaal haalde hij het podium niet. Alleen Olympisch goud is hem tot twee keer toe ontgaan. Op 23 juni 2018 kwam Baar om het leven bij een auto-ongeluk. Hij werd slechts 53 jaar en liet een vrouw en twee kinderen na. De Deutschlandachter verloor met Baar na het eerdere overlijden van zijn voorganger Bahne Rabe in 2001 (zie Varsity Magazine 2015) de tweede iconische slagroeier uit haar recente geschiedenis. Een portret van de slagman van een instituut.

Roland Baar werd op 12 april 1965 geboren in Osterholz-Scharmbeck, een stadje in de buurt van Bremen. Roeien deed hij van jongs af aan. Na
enige successen op junior- en ‘match des seniors’ niveau haalde Baar in 1987 voor het eerst de A-selectie van de West-Duitse equipe. De start
was niet indrukwekkend. Op een anoniem optreden achterin de B-finale in de twee-zonder op de WK ‘87 volgde in 1988 een zevende plaats in
de vier-met op de Olympische Spelen in Seoul. De Deutschlandachter werd op diezelfde Spelen onder leiding van de jonge bondstrainer Ralf
Holtmeyer Olympisch kampioen. Het jaar erop trad de Deutschlandachter op de WK ‘89 in Bled met een vrijwel geheel vernieuwde opstelling
aan. Roland Baar zat dat jaar voor het eerst op slag in de acht. Het bleek achteraf het begin van een nieuw en succesvol tijdperk.

Een snel tikkend Zwitsers uurwerk
Wie nu naar beelden van Baar in actie kijkt (tip: op www.worldrowing.com zijn de finales van alle WK’s sinds 1991 terug te vinden) ziet in het verleden al de toekomst. In een tijd dat ploegen zich nog met maconbladen sleurend en zwiepend met lange halen door het water ploegden, roeide Baar al met een relatief compacte haal waarmee hij zijn acht op een hoog tempo voorsloeg. Altijd met het zwaartepunt laag, altijd soepel, altijd ritmisch. Niet voor niets vergeleek zijn trainer Holtmeyer Baar eens met een Zwitsers uurwerk: altijd constant. Nico Rienks, zijn collega-slagman van de Holland Acht, zegt over het
roeien van Baar het volgende: “Roland was een soort metronoom. Wel kon hij er op de belangrijke momenten een schepje bovenop doen. Volgens mij was hij ook fysiek sterker dan ik. Ik denk dat ik meer dan Roland gespitst was op efficiëntie. Bij ons konden mijn ploeggenoten er een
schepje bovenop doen. Voor mij was het beter ‘een soort beheersing aan te geven’ als slag. Als ik all-out ging, ging de 1996 Acht langzamer, echt
waar.” Wat er ook altijd was, was de grimas op het gezicht van Baar. Een verbeten lachje voor de start dat naarmate de race vorderde steeds meer van
pijn werd doortrokken. Ook was er die priemende blik. In een profiel in Rowing News werd Baar omschreven als “tall, blond, and with perhaps a
subtle glint of madness in his eyes.”

Selectieperikelen
Bij de Deutschlandachter hing altijd een zweem van persoonlijkheidscult rond de slagman. Baar nam in 1989 de mantel over van Bahne Rabe,
de even sterke als zonderlinge slag van de gouden acht uit Seoul. Dat Baar acht jaar lang de slagpositie heeft vervuld wekt een indruk van onaantastbaarheid. Daar was echter geen sprake van. Coach Holtmeyer hanteerde een open selectiebeleid en wisselde vaak in de bezetting van zijn ploegen, soms tot ver in het seizoen. De slagroeier werd daarbij niet ontzien. In de aanloop naar het seizoen 1995 was Baar zelfs enige tijd
zijn slagplek kwijt. Rienks: “Wanneer een paar ploegleden gaan twijfelen
aan de slagkwaliteit is het gedaan met de ploeg, wie de slag ook is. Dat geeft een slagroeier een zekere status, maar maakt hem ook kwetsbaar. Roland Baar had dat enorm sterk. Het onderlinge vertrouwen tussen de ploeg en hem bepaalde voor een belangrijk deel het resultaat. In de perioden dat het minder ging met de Duitsland Acht was er dan ook intern twijfel over Roland onder de roeiers en coach. En Roland zal zeker ook
fysiek of mentaal zijn mindere perioden hebben gehad. Selectieperioden zijn zwaar en een risico voor het onderling vertrouwen in het team.”
De strijd om de plek van Baar werd met name heikel toen Rabe tot tweemaal toe (in ‘91 en ‘95) zijn rentree in de nationale selectie maakte. Uiteindelijk wist Baar beide keren zijn slagplek ten koste van Rabe te behouden. Rabe toonde zich in interviews verbitterd over Holtmeyer die hij een
te hard en daarmee contraproductief selectiebeleid verweet. De verhouding tussen Baar en Holtmeyer was echter ook niet allerhartelijkst.
Zo zou Baar volgens Holtmeyer na Atlanta ‘96 hebben gezegd dat hij blij was nooit meer onder Holtmeyer te hoeven trainen (volgens Holtmeyer is dit later weer bijgelegd). Omgekeerd stelde Baar ook hoge eisen aan zijn teamgenoten. Volgens Holtmeyer was een vaste uitspraak van Baar:
“Ich muss wissen, dass ich mich auf jeden verlassen kann.”

De weg naar Atlanta ‘96
In de Olympische cyclus naar Barcelona ‘92 was de Deutschlandachter
ongekend dominant. In die vier jaar, waarin Duitsland drie keer op rij wereldkampioen werd, werd maar twee keer een wedstrijd verloren. Eén van die wedstrijden was echter de Olympische finale. De integratievan roeiers uit het voormalig Oost-Duitsland in het nationale team en
meerdere herintreders van de gouden Seoul ‘88 ploeg hadden geleid tot een moeizaam selectieproces met veel bezettingswisselingen. Volgens Rabe had het uiteindelijk in 1992 geselecteerde achttal (met Baar op slag en Rabe op plek drie) nooit de kans gekregen om echt een ploeg te worden.
Met de wereldtitel van 1993 leek de hegemonie van de Deutschlandachter weer te worden hersteld. Daarop volgde evenwel een nieuwe
domper met de vierde plaats op de WK ‘94. Inmiddels had de Holland Acht zich met een zilveren medaille op hetzelfde toernooi aan het front gemeld als een nieuwe geduchte concurrent. 1995 leek ook uit te draaien op een rampjaar. De Deutschlandachter werd bij de Duitse kampioenschappen nog geklopt door een B-ploeg en bij de wereldbekerwedstrijden liep het ook stroef. De ommekeer kwam in de zinderende finale tijdens de WK ‘95 in Tampere waarin Baar en de zijnen
net voor het zilveren Nederland naar een nieuwe wereldtitel vlogen. Veelzeggend is het beeld van Baar die meteen na de finish door de boot
stapt om zijn ploeggenoten een voor een te feliciteren.
Met de wereldtitel van 1995 leek de Deutschlandachter weer de te kloppen ploeg. Onder de kap was de motor evenwel nog steeds aan
het sputteren. In 1996 had de ploeg wederom een moeilijk voorseizoen en leek de Holland Acht de Duitsers definitief te zijn voorbijgestreefd. Baar, die voor de Spelen al had besloten dat hij na Atlanta zou stoppen, zal met gemengde gevoelens het Olympisch toernooi zijn ingegaan. In
de heats liep de boot niet, in de herkansing ging het beter en groeide de hoop op iets moois. In de finale ging
de Deutschlandachter aan de leiding totdat Nederland rond 1100 meter voorbijschoof. Wederom haalde Baar
niet het hoogste Olympische podium. Het grote verschil met Barcelona: de zilveren medaille werd in Duitsland
niet als een mislukking, maar als een succes gezien. Daarmee kon Baar zijn
roeicarrière ondanks het verlies toch
nog met een hoogtepunt afsluiten.

Nico Rienks, die als gouden medaillewinnaar het podium met Baar deelde, zegt hier over: “Baar vertelde me al op het erevlot dat wij dat jaar te
goed waren voor hen. Hij was oprecht blij met zilver. In de jaren na Sydney sprak ik Roland geregeld vrij uitgebreid tijdens WK’s en Wereldbekers. Heel ontspannen bleek hij. Hij wist eigenlijk veel meer over ons dan ik verwachtte. Ik kom ook nu nog tijdens wedstrijden geregeld Duitsland Acht roeiers tegen die mij aanspreken. Het voelt gelijkwaardig: zij veel vaker WK-goud, wij Olympisch goud. Ik voel nooit afgunst.” Dit was een groot contrast met de wijze waarop de Nederlanders de Duitsers eerder hadden ervaren. “Tijdens wedstrijdweekenden spraken de Duitsers zelden met de tegenstanders. Na wedstrijden verdwenen ze meteen van de
baan. Destijds vatte ik dat op als arrogantie. Niet voor niets bedachten wij de naam ‘Holland Acht’. Eigenlijk alleen maar om Duitsland uit te
dagen. En wij gingen vanaf dag één alle wedstrijden roeien waar zij ook aantraden om uit te stralen dat we niet bang waren.”

Fast forward
Na Atlanta maakte Baar in zijn gebruikelijk hoog tempo werk van zijn maatschappelijke carrière. Luttele maanden na zijn laatste halen op Lake Lanier verdedigde hij zijn proefschrift en in de jaren erna werkte hij achtereenvolgens als ingenieur in de auto-industrie en aan de universiteit. In 2011 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universität Berlin. Daarnaast werd Baar, die tijdens zijn roeiloopbaan al atletenvertegenwoordiger bij de Duitse roeibond was geweest, actief binnen het IOC als lid van de atletencommissie. Dat werd geen onverdeeld succes, mede omdat Baar moeite had met de IOC-politiek. Nadien bleef hij echter als sportbestuurder actief bij het Duits Olympisch comité en als ombudsman binnen de Duitse anti-dopingautoriteit. In
1998 werd hij voor zijn uitzonderlijke internationale roeicarrière door de FISA onderscheiden met de Thomas Keller medaille. Hij was daarmee de eerste acht-roeier die deze prestigieuze prijs kreeg uitgereikt. Ondertussen raakte de Deutschlandachter, toeval of niet, na het vertrek
van Baar in het slop. Absoluut dieptepunt was de gemiste kwalificatie voor de Olympische Spelen van Sydney (2000). Holtmeyer werd na die
zeperd overgeplaatst naar de vrouwen. De persoonlijkheidscult rond de slagman verbleekte met de jaren, vooral omdat er elke twee of drie jaar of soms vaker een nieuwe slag aantrad. Een desastreus optreden tijdens de Olympische Spelen van Beijing in 2008 bleek uiteindelijk een keerpunt voor de Deutschlandachter. Na de terugkeer van Holtmeyer als trainer en de doorbraak van een groep getalenteerde jonge roeiers bleef de Deutschlandachter – in wisselende bezettingen – de gehele Olympische cyclus van London 2012 ongeslagen, met als apotheose
de Olympische titel die 24 jaar geleden in Seoul voor het laatst was behaald. Roland Baar, die zelf een bijna perfecte Olympische cyclus
had gevaren maar die nooit het allerhoogste podium had gehaald,
toonde zich in een reactie grootmoedig: de acht van London was
“der beste Achter, den es je gab.” 

Tot besluit
30 juli 2021. A-finale M8+ op de (uitgestelde) Olympische Spelen in Tokyo. Als winnaars van hun voorwedstrijden liggen de Holland Acht
en de Deutschlandachter naast elkaar in de binnenste banen. De Duitsers zijn na drie wereldtitels op rij als favoriet aan het Olympisch seizoen begonnen en varen al sinds 2015 met Hannes Ocik op slag.
Naast zijn drie wereldtitels behaalde Ocik ook een trits Europese titels, twee zilveren WK-medailles en een zilveren medaille op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Winst op de Spelen zou van Ocik de meest succesvolle Duitse slagman ooit hebben gemaakt.
Het werd een zilveren medaille op één seconde van de verrassend sterke Nieuw-Zeelanders. Net als bij de laatste wedstrijd van Roland
Baar op de Spelen in Atlanta voerde na deze wedstrijd bij de Duitse roeiers niet het verlies van goud, maar vooral de blijdschap over het zilver de boventoon. Ocik twitterde zelf later op de dag een even korte als krachtige boodschap “Mehr ging nicht. #proud”. Roland
Baar had het niet beter kunnen zeggen. //