In de Groninger Archieven liggen de twee oudste foto’s van Aegir. Beide platen zijn gemaakt door fotograaf J.G. Kramer. Waarschijnlijk dateren de foto’s uit 1885. De inrigged vier met stuurman is gefotografeerd in de Zuiderhaven waar tegenwoordig het botenhuis van De Hunze ligt. De naam op de boot is lastig leesbaar maar hoogstwaarschijnlijk staat er ‘V.A.P’. Aegir was immers op 7 februari 1878 opgericht als ondervereniging van het Groninger Studenten Corps; ‘Vindicat Atque Polit’.
De roeiers dragen de officiële verenigingskleding: een witte pet met rode ster, een wit met rood gestreept tricot, een witte broek met daaronder rode kousen. Wie er op de foto staan en voor welke gelegenheid deze buitenopname gemaakt werd, is helaas onbekend. We weten iets meer over de studiofoto uit dezelfde tijd. Op de achterzijde staan de namen van de roeiers geschreven: B. Dijksterhuis, H. Sissingh, W.H.L. Uges, S.P. Rietema en C. Vrendenberg. De heren Uges en Sissingh waren volgens de studentenalmanak in 1884 secretaris en commissaris van het materieel in het bestuur van Aegir. Uges konden we identificeren omdat hij ook op een latere foto te zien is als rector van de Senaat van Vindicat 1887-1888. Mogelijk is de foto gemaakt ter gelegenheid van de overwinning van Aegir op de internationale roeiwedstrijden in Delfzijl op Tweede Pinksterdag 1885.
Aegir deed in deze tijd nog niet mee aan de Varsity. De studentenroeiverenigingen in het westen van Nederland hadden daar al wel pogingen toe ondernomen. Laga had reeds in april 1881 onderzocht of het bestuur van Aegir belangstelling had voor deelname aan de studentenwedstrijd. In het Laga-archief is het antwoord van de president van Aegir van 20 april 1881 bewaard gebleven:
“Mijnheer!
In antwoord op uwe missive van 11 april j.l. zij het mij vergund U mede te deelen, dat onze vereeniging, moge zij in der tijd al enige levensvatbaarheid gehad hebben, tegenwoordig een allerongunstigsten toestand verkeert. Mededinging bij een race was ons nooit mogelijk, al was het slechts door gemis van geschikte booten, maar is nu ten eenenmale onmogelijk geworden door het gebrek aan belangstelling en deelneming, dat onze vereeniging in het corps ondervindt. Daarom zie ik mij, namens de vereeniging ‘Aegir’, tot mijn diep deelwezen genoodzaakt, onder dankbetuiging aan het bestuur van Laga voor de mededeeling van het houden van een race in Juni a.s., bij voorbaat iedere officieele invitatie af te slaan. In de hoop bij herleving van onze vereeniging even vriendschappelijke gevoelens als vroeger bij de Delftsche Studenten Vereeniging te zullen vinden heb ik met meeste hoogachting de eer te zijn
Namens het bestuur”
Het zou nog tot 1912 duren voordat Aegirploegen mee zouden doen aan de Varsity. In 1918 werden de Groningers toegelaten tot het Hoofdnummer, dat ook direct gewonnen werd.